Yannick Langeslag: ‘Een keurmerk is een mooi startpunt, maar de praktijk moet het bewijzen.’

“Een keurmerk is een mooi startpunt, maar de praktijk moet het bewijzen.”

Hoe kijkt de nieuwe generatie vastgoedprofessionals naar resultaatgericht samenwerken? In deze serie spreken we jonge professionals uit de sector over samenwerking, verduurzaming en de toekomst van vastgoedonderhoud. Dit keer: Yannick Langeslag (31), contractmanager bij woningcorporatie Bergopwaarts (Zuidoost-Brabant).

Van zorg naar vastgoed

Yannick werkte jarenlang bij zorginstelling Amarant, waar hij vanuit een achtergrond in veiligheidskunde doorgroeide richting techniek en uiteindelijk contractmanagement. Hij gaf er leiding aan een team van dertig mensen. Toch besloot hij een nieuwe stap te zetten. “Ik was nog niet klaar met mijn vakgebied. Ik wilde verder groeien in contractmanagement en samenwerken. Daarnaast zocht ik een omgeving met meer structuur en eenduidigheid. Zo kwam ik uit bij de corporatiesector.” Inmiddels beheert hij, samen met collega’s, circa vijftig samenwerkingsrelaties met onderhouds-, renovatie-, lift-, groen- en schoonmaakbedrijven, en werkt hij aan het professionaliseren van inkoop- en contractmanagement binnen de organisatie.

Het VGO-keur: nog geen vereiste, wel de toekomst

Bergopwaarts past het VGO-keur nog niet structureel toe bij aanbestedingen. “We gebruiken het nog niet regelmatig, maar dat is wel de toekomst voor ons.” Bij een recente aanbesteding gaf een partij aan dat ze de gevraagde kwaliteit konden waarborgen dankzij het VGO-keur, wat voor Yannick liet zien wat het keurmerk in de praktijk kan betekenen. “Het is een stempel. Een garantie dat een partij resultaatgericht kan samenwerken en dat er meer mee gemoeid is dan alleen het papiertje.”

Toch blijft hij kritisch op wat een certificaat alleen kan bewijzen. Met de stelling dat het VGO-keur zich in de praktijk moet bewijzen, is hij het volmondig eens. “Het is een mooi startpunt. Een partij heeft zich daarmee eigenlijk al bewezen. Maar je moet samen nog ondervinden of dat ook echt zo werkt. Je moet elkaar daarin vinden.”

Wat het oplevert

Gevraagd wat RGS en het VGO-keur Bergopwaarts als opdrachtgever concreet hebben opgeleverd, noemt Yannick budgetzekerheid als een van de opbrengsten. “Op het moment dat de RGS-partner transparant is over de kosten en de marges, en wij het budget meegeven, zie ik daar zeker mogelijkheden voor meer budgetzekerheid. Zeker als de partner ook meedenkt over hoe we de onderhoudskosten zo laag mogelijk houden.” Van meer controle is voor hem geen sprake, wel van een scherpere rolverdeling. “Het biedt ons als opdrachtgever de gelegenheid om meer te sturen op het proces in plaats van op de inhoud. Dat is voor mij veel waard, want dan zijn de rollen goed verdeeld.”

Diezelfde rolverdeling werkt volgens hem ook door in de kwaliteit. “Het ‘hoe’ wordt bepaald door de RGS-partner, na goedkeuring van Bergopwaarts. We gaan ervan uit dat daar de kennis ligt, dus de kwaliteit zou daarmee ook moeten toenemen.” Ook huurderstevredenheid profiteert volgens hem van die aanpak. “Door binnen de samenwerking te sturen op belangrijke parameters zoals huurderstevredenheid, kan die ook verhoogd worden.” Over de total cost of ownership is hij stellig: “Door samen naar het bezit te kijken, en de invulling van de uitvoering bij de deskundige partij te beleggen, kun je ook echt naar TCO kijken. Dat levert op de langere termijn iets op voor Bergopwaarts.”

RGS moet vooral praktisch blijven

Gevraagd naar hoe RGS en het VGO-keur zich volgens hem zouden moeten ontwikkelen, kiest Yannick uitdrukkelijk niet voor strengere eisen. “Iedereen noemt resultaatgericht samenwerken, maar wat betekent het nu echt? Voor mij begint het bij een gezamenlijk doel. Het gaat erom dat wij als opdrachtgever niet meer alles dichttimmeren in een bestek. Wij stellen doelen en kaders, bijvoorbeeld toewerken naar de isolatiestandaard. De RGS-partner heeft meer verstand van hoe je dat het beste aanpakt. Mijn streven is dat we samen naar ons vastgoed kijken, en binnen die kaders tot de juiste maatregelen komen.”

Concreet vertaalt zich dat in heldere afspraken binnen de samenwerking: vaste evaluatiemomenten en helderheid over waar die evaluatie over gaat. “Gaat het over proces, kwaliteit, doorlooptijd of financiële aspecten? En wat is het doel van die evaluatie?” Daarbij draait het volgens hem niet alleen om data en KPI’s, maar vooral om continu verbeteren. “Je moet samen monitoren wat goed gaat en wat beter kan. Niet alleen cijfers verzamelen, maar ook het gesprek voeren over processen, kwaliteit en leerpunten.”

Laaghangend fruit

Een concreet voorbeeld: bij een samenwerking met drie schildersbedrijven was het RGS-proces te ingewikkeld ingericht. “Dat hebben we versimpeld. We hebben gekeken naar wanneer wij wat nodig hebben, qua begroting en besluitvorming en daar een vaste basisplanning op gezet. Het moet praktisch blijven. Het is niet ingewikkeld. Je moet op zoek naar het laaghangend fruit.” Het VGO-keur ziet hij als basisinstrument en startpunt voor concrete inrichting van de samenwerking. “Het keurmerk kijkt puur naar hoe een bedrijf handelt. De vervolgstap is hoe beide partijen hun processen daadwerkelijk samenbrengen.”

 De opdrachtgever als regisseur

Bewonerstevredenheid noemt hij, samen met het nakomen van de planning, een belangrijke graadmeter binnen de samenwerkingsrelaties. Yannick ziet de rol van bewonersconsulent steeds vaker verschuiven richting het onderhoudsbedrijf. Bij Bergopwaarts ligt een gedeelte van de bewonerscommunicatie nog bij interne sociaal projectleiders, maar hij ziet voordelen als dit ook meer bij de RGS-partner zou liggen. “Een project van A tot Z: voorbereiding, gesprekken met bewoners, uitvoering. Wij houden dan een regisserende rol, gevoed met data van de opdrachtnemer.” Hoe meer dat gecentreerd is bij één partij, hoe minder ruis er ontstaat.

Investering of exploitatielast: het spanningsveld van Deurne

Bergopwaarts ligt in Deurne, waar de druk op nieuwbouw groot is. Dat raakt direct het onderhoudsbudget. “We zijn genoodzaakt om steeds kritischer te kijken naar onze onderhoudskosten en hierop te sturen.” Concreet betekent dat: kritisch kijken of je een ingreep kwalificeert als investering of als onderhoud dat drukt op de exploitatielasten. Yannick verwacht daarin een actieve, meedenkende rol van onderhoudsbedrijven: “We hebben partijen gevraagd: kijk eens bij andere corporaties, kijk naar de criteria vanuit de overheid. Denk met ons mee binnen onze budgetten.”

Pleidooi voor open boek

Op de vraag wat er in de sector beter kan, ziet Yannick vooral ruimte voor meer transparantie. Hij pleit voor meer openheid over kosten en marges tussen corporatie en onderhoudsbedrijf, ook als dat een ongemakkelijk gesprek is. “Als wij een aanbesteding doen, wil ik ons budget gewoon transparant meegeven. Dan wil ik van de andere kant van de tafel ook weten: waar ben je je geld aan kwijt en welke marge wil je maken? Dat is een lastig onderwerp, maar wel een waardevol gesprek.”

Heeft u een vraag of wilt u meer weten?

Stel gerust uw vraag per e-mail.
info@vgokeur.nl



Wilt u op de hoogte blijven?

Meld u aan voor de nieuwsbrief.

aanmelden



Deel uw kennis.

Volg ons op LinkedIn.
Linkedin